De Nederlandse financiële sector een jaar na de Russische invasie: ING scoort slecht, pensioenfondsen goed.

24 februari 2023

Deze week bleek dat Nederlandse bedrijven nog volop zaken doen met Rusland, zoals JME Peet, het moederbedrijf van Douwe Egberts. Heineken lanceert zelfs nieuwe producten in Rusland. De universiteit van Yale houdt bij of, en in hoeverre, bedrijven zich terugtrekken uit Rusland. Volgens die lijst scoren verzekeraar Aegon en pensioenfondsen ABP, BPFBouw, Pensioenfonds Detailhandel en PFZW goed (een A, op een schaal van A - F). Dit betekent dat zij zich volledig hebben teruggetrokken. Rabobank krijgt een B, dit is de categorie van bedrijven die hun activiteiten gepauzeerd hebben. ING Bank krijgt de slechtste score van alle Nederlandse financiële instellingen: een D. Dat betekent dat ING ‘afwachtend’ is, en dus nog substantiële zaken voortzet. Andere Nederlandse financiële instellingen zijn door Yale niet beoordeeld.

Toen Rusland op 24 februari 2022 een grote invasie van Oekraïne begon, deden veel bedrijven, ook Westerse, nog zaken in en met Rusland. Nederlandse pensioenfondsen hadden beleggingen in Russische staatsobligaties en ING had voor zo’n 6,7 miljard euro uitgeleend aan Russische bedrijven of bedrijven met een Russische eigenaar. Oliebedrijven haalden olie uit Rusland, en andere bedrijven hadden vestigingen in Rusland en betaalden daar belasting. Kort na de invasie schreef de Eerlijke Geldwijzer onder meer dat enkele Nederlandse pensioenfondsen hadden aangegeven hun Russische staatsobligaties snel van de hand te willen doen. Uit het Yale-onderzoek blijkt dat ze daar werk van gemaakt hebben. Wat kunnen en moeten financiële instellingen nog meer doen?

Sancties
Vanuit bijvoorbeeld de VS en de EU zijn er sancties opgelegd aan Rusland, waaronder veel economische sancties. De verantwoordelijkheid van bedrijven gaat echter verder dan sancties. Bedrijven, waaronder financiële instellingen, moeten steeds een eigen beoordeling maken en nagaan of zij bijdragen aan de oorlog in Oekraïne, bijvoorbeeld via het betalen van belastingen in Rusland. De sancties gelden daarbij als minimum.

Belastingen spekken oorlogskas
Bedrijven die actief zijn in Rusland betalen daar belasting, en zijn sinds vorig jaar ook verplicht mee te werken aan de mobilisatie. Inmiddels gaat tenminste een derde van de Russische staatsbegroting naar leger en staatsveiligheid. Daarmee is helder dat elk bedrijf dat nog actief is in Rusland bijdraagt aan de Russische oorlogsinspanning. Bedrijven zouden daarom in principe moeten stoppen met alle activiteiten in Rusland. Financiële instellingen moeten daar ook op aandringen bij bedrijven waarin ze investeren. Daarnaast moeten zij uiteraard ook zelf geen zaken doen met Rusland of met Russische staatsbedrijven.

Richtlijnen
Internationale standaarden zoals de UNGP’s en de OESO Richtlijnen stellen dat bedrijven als zij zich terugtrekken in verband met ernstige mensenrechtenschendingen, altijd na moeten gaan of het terugtrekken niet ernstiger gevolgen heeft dan zaken blijven doen. Nu is de aard van de schendingen door Rusland zo ernstig, dat voortgaan met het bijdragen aan de Russische staatskas, en mobilisatie, onacceptabel is. Alleen voor de sectoren landbouw en gezondheid zou kunnen worden beargumenteerd dat het stoppen van activiteiten in Rusland zou kunnen leiden tot (wereldwijde) voedseltekorten of gebrek aan levensreddende medisch zorg.

Bedrijven aanspreken
De hierboven genoemde lijst van Yale en ook de website ‘Leave Russia’, van de Kyiv School of Economics moeten actief gebruikt worden worden door Nederlandse financiële instellingen om bedrijven waarin ze investeren te bevragen op hun activiteiten in of met Rusland. Dat gaat ook over het oneigenlijk gebruik van mogelijke "mazen in de wet" in het EU-sanctieregime, zoals de export van producten afkomstig van Russische olie via Turkije naar Europa. Hier worden onder andere oliebedrijven Shell en Vitol van beschuldigd. Daarmee vullen deze bedrijven indirect toch de oorlogskas van Poetin, en financiële instellingen moeten doen wat ze kunnen om dat te voorkomen.